Home

40637961_531388227275109_7295859464301170905_n.jpg

De Stadsbeeldhouwer, de Avant-gardist & de Einzelgänger

Drie spraakmakende kunstenaars uit het interbellum belicht: Hildo Krop, Mommie Schwarz en Chris Lanooy

Op woensdag 26 september opent bij Kunstconsult in Amstelveen een verkoopexpositie met werk van drie spraakmakende kunstenaars uit het interbellum. Hildo Krop en Mommie Schwarz waren centrale figuren in het Amsterdamse kunstleven van de jaren 20 en 30. In dezelfde periode creëerde de eigenzinnige solist Chris Lanooy hoogtepunten uit zijn oeuvre in zijn atelier op de Veluwe en bij de Glasfabriek Leerdam.


Van elk van de drie kunstenaars is een verscheidenheid aan kunstwerken te zien. In drie kabinetten varieert het aanbod van sculpturen en werk op papier tot meubels, keramiek en glas. Grotendeels gaat het om unieke objecten. De verkoopexpositie duurt tot en met 17 oktober.

 

Hildo Krop: Stadsbeeldhouwer van Amsterdam
Dat Hildo Krop (Steenwijk 1884 – Amsterdam 1970) zou uitgroeien tot een van de belangrijkste beeldhouwers van de Amsterdamse School lag in zijn jeugd niet voor de hand. Hij werd opgeleid tot banketbakker en leek voorbestemd tot het overnemen van zijn vaders bakkerij. Toch besloot Hildo Krop om kunstenaar te worden. Hij volgde teken- en schilderlessen in Londen en Parijs en ging op zijn 24ste studeren aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Zijn vele werken die nog altijd de openbare ruimte verrijken, leverden hem de eretitel Stadsbeeldhouwer van Amsterdam op.

Persoonlijk werk voor vrouw en vrienden
De verkoopexpositie laat zien dat Hildo Krop oneindig veel veelzijdiger was dan dat. Het aanbod loopt uiteen van een mahonie wandpaneel uit een villa in de Oranje Nassaulaan in Amsterdam, tot kleine aardewerk plastieken uit zijn eigen atelier. Een indrukwekkend persoonlijk item is de dekenkist die de kunstenaar maakte voor zijn echtgenote Mien. ‘Hildo Krop dedicavit uxori carissimae AD 1948’ staat in sierlijke letters op de deksel vermeld, wat betekent: ‘Door Hildo Krop opgedragen aan zijn geliefde vrouw in 1948’. De voorstellingen op zeven gestoken reliëfpanelen en een spreuk die is uitgesneden in een banderol verwijzen naar de bevrijding van 1945. Een persoonlijk licht op de kunstenaar werpen ook de nieuwjaarskaarten die Hildo en Mien Krop in de jaren 50 en 60 verzonden. De kaarten tonen prachtige houtsnedes en teksten, soms poëtisch of met een politieke lading. Met zijn krachtig vormgegeven houtsnedes, onder andere voor de communistische krant De Tribune, streed Krop voor een samenleving met meer gelijkheid en solidariteit.

 

Mommie Schwarz: lid van de Amsterdamse avant-garde
Samuel L. 'Mommie' Schwarz (Zutphen 1876 – Auschwitz 1942) en Hildo Krop waren bekenden van elkaar. Samen met zijn vrouw Else Berg behoorde schilder en grafisch kunstenaar Schwarz tot de Amsterdamse avant-garde. Het paar was erbij toen in 1909 kunstenaars uit de hele wereld samenstroomden in Parijs om zich onder te dompelen in het impressionisme, fauvisme en kubisme, nog voordat Piet Mondriaan, Jan Sluijters en Leo Gestel – hun latere vrienden – naar de Franse hoofdstad trokken. Terug in Amsterdam werden Schwarz en Berg als hypermoderne vernieuwers beschouwd. Beiden waren uitermate productief en actief in het hoofdstedelijke kunstleven.


Levendige haventaferelen en kleurrijke schetsen
Het grafische ontwerpwerk van Schwarz kreeg van meet af aan lof. Gedurende de gehele art deco-periode maakte hij brochures, boekomslagen, illustraties en reclameplaten. In 1925, op de befaamde Exposition Internationale des Arts Décoratifs et industriels Modernes in Parijs, kreeg hij een gouden medaille in de categorie ‘Art de la Rue’. Mommie Schwarz tekende graag marktkooplieden, bouwvakkers, het laden en lossen op havenkades, en passagiers en matrozen op boten. In de verkoopexpositie is een aantal houtskooltekeningen met dergelijke levendige haventaferelen te zien. Ook is er van Schwarz een groot aantal kleurrijke schetsen in waterverf.

Chris Lanooy: Leve het experiment
Een eigenzinnige man, een solist, die rond 1900 voor bijna alle succesvolle plateelbakkerijen werkte. Het talent van Chris Lanooy (1881 – 1948) werd overal onderkend en hij schopte het zelfs tot artistiek leider, maar zijn betrekkingen waren steeds van korte duur. Zijn niet te onderdrukken drang tot experimenteren kon hij pas echt uitleven in zijn eigen atelier. Begin twintigste eeuw ontpopte Chris Lanooy zich tot een vernieuwer in de keramiek. In het interbellum kreeg hij de kans zijn kennis van glazuurtechnieken ook toe te passen in de glaskunst. Het leidde tot een reeks uitzonderlijke unica voor Glasfabriek Leerdam.

 

Zeldzame Leerdam Unica uit particuliere verzameling
In de verkoopexpositie zijn hoogtepunten te zien uit zowel het keramiek- als het glasoeuvre van Chris Lanooy. Opvallend is een zestiental Leerdam Unica, die als enige overeenkomst hun experimentele karakter hebben. Tussen 1923 en 1930 ontwierp Lanooy unica voor de glasfabriek, waarbij hij zich vooral richtte op het technische aspect. Net als bij zijn glazuurexperimenten voor keramiek, onderzocht hij de mogelijkheden van ingebrande lusters en irisé op glas. Ook sloot hij materialen als kleurpoeders, glazuren of stukjes glas tussen de lagen op, waardoor bijzondere effecten ontstonden. De zestien Leerdam Unica in de verkoopexpositie zijn afkomstig uit een belangrijke particuliere verzameling.

 

Praktische informatie over de expositie
De Stadsbeeldhouwer, de Avant-gardist & de Einzelgänger - Drie spraakmakende kunstenaars uit het interbellum belicht: Hildo Krop, Mommie Schwarz en Chris Lanooy.

Verkoopexpositie, 26 september t/m 17 oktober bij Kunstconsult, Smederij 4, 1185 ZR Amstelveen, 020-3416476, info@kunstconsult.nl, www.kunstconsult.nl

Openingstijden: woensdag, donderdag en vrijdag van 13.00 tot 17.00 uur of op afspraak.

Extra - Open zaterdag: 29 september van 13.00 tot 17.00 uur.


Lees meer

1308bf55-a96c-4b99-b462-468b53e3f5d6.jpg

Tentoonstelling Art Nouveau / Nieuwe zakelijkheid / Delft wegens succes verlengd

Op 30 maart is de tentoonstelling Art Nouveau / Nieuwe zakelijkheid / Delft geopend voor het publiek. Vanaf dag één is de tentoonstelling goed ontvangen. De bezoeker prijst het bijzondere verhaal, de getoonde topstukken en de spectaculaire vormgeving. Daarom is besloten de tentoonstelling Art Nouveau / Nieuwe zakelijkheid / Delft in Museum Prinsenhof Delft twee weken langer open te stellen voor het publiek.

 

Delft groeit tussen 1880 en 1940 uit van een kleine provinciestad tot één van de belangrijkste centra van de kunstnijverheid in Nederland. Deze bloeiperiode is het resultaat van een bijzondere wisselwerking tussen de Delftse industrie, Polytechnische School en de kunstateliers. Kunstenaars trekken naar Delft, bedrijven en ateliers worden bekroond op de wereldtentoonstellingen en de grafische industrie maakt een opmars. Voor het eerst vertelt Museum Prinsenhof Delft dit inspirerende verhaal.

 

Voortrekkersrol
Aanjager van de kunst en kunstnijverheid in Delft rond 1900 is de Polytechnische School, de huidige TU Delft. Hier studeren de toekomstige industriëlen en kunstenaars. Zij geven een impuls aan het artistieke klimaat van de stad, hetzij als opdrachtgever of als uitvoerder. De vooruitstrevende ondernemer Jacques van Marken, oprichter van de Gist- en Spiritusfabriek en de Nederlandsche Oliefabriek, speelt een sleutelrol in de ontwikkeling van de art nouveau in Delft. Hij is het die Jan Toorop vraagt een affiche voor de Nederlandsche Oliefabriek te ontwerpen. Het resultaat is het iconische slaolieaffiche, dat de Nederlandse art nouveau de bijnaam ‘slaoliestijl’ oplevert.

 

Van Marken vervult met zijn opdrachten aan kunstenaars ook een pioniersrol in de ontwikkeling van de bedrijfsreclame en grafische industrie. Dankzij dit creatieve klimaat voelen kunstenaars zoals Bart van der Leck en Piet Zwart, vertegenwoordigers van De Stijl en nieuwe zakelijkheid, zich aangetrokken tot Delft. In de voorwerpen van bedrijven zoals aardewerkfabriek De Porceleyne Fles, Atelier van Gebrand Glas ‘t Prinsenhof en de Firma Braat komen technische innovatie, esthetiek en vakmanschap samen. Daarmee vestigt Delft zijn reputatie als stad van innovatie.

 

Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft - Kunst, kennis en industrie is nog te zien tot en met 9 september in Museum Prinsenhof Delft, Sint Agathaplein 1 in Delft.

 

Website Museum Prinsenhof Delft

 

Lees meer

VDM Glaskunst - Graal Vaas William Shakespeare Unica gesigneerd - Designer Rolf Sinnemark - Meesterglasblazer Wilke Adolfsson - EUR 2.995.jpg

Nationale Glas - Kunstdagen Leerdam 2018 

3e editie glasbeurs & markt voor kunstenaars

Het goedbezochte event voor oud en modern glas, de Glasdagen Leerdam, zijn inmiddels mooie jaarlijkse traditie. Tijdens het tweede weekend van september - vrijdag 7 tot en met zondag 9 september - staat Leerdam in het teken van glas… en… kunst. Want de Glasdagen Leerdam breiden in het weekend uit met een gevarieerde kunstmarkt voor individuele kunstenaars. Zij presenteren en demonstreren hun werk in hartje Leerdam. Langs de historische Zuidwal tonen bekende en nieuwe glaskunstenaars, galeries uit Nederland met oud en modern glas bijzondere collecties voor liefhebbers en verzamelaars. De toegang voor de Glas - Kunstdagen Leerdam is gratis. Op zaterdag en zondag zijn in Leerdam allerlei activiteiten op het gebied van glas & kunst. Het Nationale Glasmuseum presenteert de tentoonstelling Art Deco Glas, belofte voor het moderne. In de Glasblazerij zijn doorlopend demonstraties te bezoeken. De in 1878 opgerichte glasfabriek Royal Leerdam Crystal is ook te bezichtigen. Verder is het zaterdag en zondag Open Monumentendag, waarbij Hofje van Mevrouw Van Aerden haar deuren opent met op de binnenplaats en in de tuin plek voor glaskunstenaars.

 

Kijk op www.glasdagenleerdam.nl voor meer informatie.

Lees meer

thumbnail_White Freedom box by Katharine Morling.jpg

My Nature: solo tentoonstelling Katharine Morling bij Galerie Terra Delft

Katharine Morling startte haar carrière met het maken van geglazuurde majolica, maar was er niet gelukkig mee: op deze wijze, ingebed in de traditie, zag ze zichzelf niet als kunstenaar. In 2007 op het Royal College of Art, MA Glass and Ceramics, ontdekte ze hoe ze wilde werken: tekenen werd belangrijk.

 

Haar werk veranderde compleet toen ze begon met haar, soms levensgrote, zwart-witte stukken. Deze stukken beginnen als een schets, die ze vertaalt in 3D. Ze noemt zichzelf een driedimensionaal mens: ze wil er omheen kunnen lopen, het van alle kanten bekijken. De objecten blijven ongeglazuurd, omdat ze houdt van de onzekerheid die dat oproept: mensen zijn niet gewend aan ongeglazuurde witte klei; men wil het aanraken, voelen of het misschien papier is. Het geeft een extra dimensie aan de objecten. Met zwart geeft ze contouren aan en voegt eigenzinnige grafische details toe.

 

Haar inspiratie haalt ze uit objecten van het alledaagse leven en uit haar wandelingen over antiekmarkten. Ook de natuur, met name bloemen en vlinders, speelt een belangrijke rol. Stillevens plaatst ze in oude houten doosjes, maar ook wel in heel fraaie mahoniehouten vitrinekastjes; het matte witte porselein met de donkere contouren contrasteert prachtig met het glanzende hout. Gekleurde kwasten symboliseren haar zoeken naar nieuwe mogelijkheden. Origineel en met een knipoog naar het surreële, heeft het de kunstenaar ruime internationale erkenning opgeleverd.

 

Expositie: ‘My Nature’, porselein van Katharine Morling (GB)
Periode: 18-08 tot 15-09 2018
Locatie: Galerie Terra Delft / Nieuwstraat 7 / 2611HK Delft
Informatie en contact: Joke Doedens (06-10003624) of info@terra-delft.nl

 

 

Lees meer

Hans van Bentem Girl 2015jpg.jpgThe Attic van Hans van Bentem in Oss

In Museum Jan Cunen in Oss is tot en met 16 september 2018 de tentoonstelling The Attic van Hans van Bentem te zien.  “Door mijn eigen werk gaan, is als struinen op een rommelzolder,” aldus Hans van Bentem (Den Haag 1965). Een zolder is een wereldje op zich, waar je van alles kunt aantreffen en ontdekken. Spullen waarvan je niet meer wist dat je ze had – speelgoed, oude knuffels, schoenen, een etalagepop – brengen herinneringen naar boven. Ze nodigen uit om te wroeten in het geheugen, je eigen bovenkamer.

Op de zolder van Museum Jan Cunen treffen we bustes aan. Een dictator, een pierrot, een dragqueen. Het zijn zelfportretten van Hans van Bentem, die zich in uiteenlopende uitdossingen aan ons presenteert. Zijn het personages die hij zou willen zijn, al was het maar voor een dag? Kijken we naar verschillende kanten van zijn persoonlijkheid, waarvan we met elk nieuw zelfportret een completer beeld krijgen? Of zijn het portretten van ons allemaal, uitvergroot tot karikatuur? Op zolder wordt de fantasie geprikkeld, hier spreekt de verbeelding.

Aan een balk hangt een skelet. Een hand van Mickey Mouse, een gebloemde schedel en een voet met roodgelakte nagels zijn opgestapeld tot assemblages of totempalen. Hans van Bentem associeert er visueel op los. “Ik kijk om me heen als een kind in een snoepwinkel en pluk overal wat weg.” Die verwondering en onbevangenheid klinken door in een intuïtief werkproces. Het resultaat is een directe, ogenschijnlijk speelse beeldtaal, waarin elementen uit de popcultuur, strips en niet-Westerse kunst samenkomen.

Achter de veelheid aan vormen, kleuren en motieven gaat vakmanschap schuil; in de uitvoering van zijn sculpturen streeft Van Bentem perfectie na. Hij werkt met de beste ambachtslieden in China, Tsjechië en Senegal om tot onberispelijke beelden van porselein, keramiek, glas en hout te komen. Dat zorgt voor een spannende balans: zo krachtig als de beeldtaal is, zo kwetsbaar is het materiaal.

Hans van Bentem – The Attic is tot stand gekomen met dank aan Majke Hüsstege Projects.

 

Meer informatie

www.museumjancunen.nl

 

Lees meer

 

princessehofkarinmadeinholland23april52422.jpg

Tentoonstelling Made in Holland 400 jaar wereldmerk

Met Made in Holland: 400 jaar wereldmerk presenteert het Princessehof een spraakmakende tentoonstelling over vier Nederlandse succesverhalen: Delfts blauw, Maastrichts aardewerk, art-nouveaukeramiek en Dutch Design. Aan de hand van imposante bloempiramides, kleurrijk boerenbont, populair Gouds plateel en de eigenwijze ontwerpen van designers als Maarten Baas ontdekt u hoe Nederland een wereldspeler is geworden op het gebied van keramiek. De tentoonstelling is tot en met 30 juni 2019 te zien. 

 

Iedereen kent Dutch Design wel, dat ook buiten Nederland geweldig populair is. Dit fenomeen staat in een lange traditie. Van Delfts blauw tot art nouveau, Nederlandse makers weten al eeuwenlang prachtige keramiek te vervaardigen en hier vervolgens wereldwijd succes mee te hebben. De tentoonstelling bevat niet alleen de mooiste voorwerpen, maar vertelt ook hoe Nederlandse fabrikanten buitenlandse invloeden aanwendden voor eigen succes.

 

Delft
Rond 1600 introduceerde de VOC Chinees porselein in Nederland. Binnen de kortste keren werden deze kostbare schotels en kommen razend populair. Hollandse fabrikanten imiteerden dit in beschilderd aardewerk. Veel van deze fabrieken waren in Delft gevestigd, vandaar de naam: Delfts blauw. De kwaliteit van het aardewerk was zo hoog dat het volop werd geëxporteerd naar de rest van Europa. De Engelse koningin Mary Stuart was er dol op. De tentoonstelling bevat spectaculaire bloemenhouders, sierlijke terrines en complete kaststellen. Ook beschilderde tegels werden op grote schaal geëxporteerd. Zoals een indrukwekkend tegeltableau, bestaande uit maar liefst 585 tegels.

 

Maastricht
De Maastrichtse rasondernemer Petrus Regout groeide in de 19e eeuw uit tot de eerste grootindustrieel van Nederland. Hij is de ‘Godfather’ van het bont bedrukte aardewerk en van het boerenbont, maar bedacht dit niet zelf. Vanuit Engeland liet hij materiaal, personeel en machines overkomen. Zo kon hij op grote schaal het zo bekende aardewerk maken. Bezoekers vinden in de tentoonstelling de Engelse voorbeelden, het populaire Maastrichtse aardewerk zelf, maar ook de aanpassingen die Regout deed in de modellen en decors om de Japanse en de islamitische markt te veroveren.

 

Art nouveau
Op de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs stal het eierschaalporselein van Rozenburg de show. De Haagse fabrikant introduceerde daar een porselein dat zo dun was dat het licht doorliet. Bovendien waren de sierlijke flacons, vazen en serviesgoed fraai gedecoreerd met tekeningen van bloemen en dieren in een stijl die toen sterk opkwam. Vanaf 1915 wist Plateelbakkerij Zuid-Holland (PZH) de Amerikaanse markt te veroveren met Gouda Pottery. Vazen, borden, klokken, kandelaars en klompen tonen de kenmerkende matte glazuurlaag en de door Perzische keramiek en Grieks-Cypriotisch aardewerk geïnspireerde motieven.

 

Dutch Design
Aan het eind van het vorige millennium wisten Nederlandse ontwerpers wederom wereldwijd opzien te baren. Dit keer met Dutch Design, dat staat voor minimalisme, onconventionele oplossingen en een gevoel voor humor. Een theepot in de vorm van een schedel en een gigantische vaas voor een kleine plant laten deze speelse opvatting zien. Hedendaagse bloempiramides verraden dat er ook goed gekeken wordt naar de eeuwenoude traditie van het Delfts blauw. Recentelijk combineren designers oude ambachten met de nieuwste technologieën. Zo wordt keramiek bewerkt met een gasbrander of zelfs geprint.


Keramiekmuseum Princessehof
Grote Kerkstraat 9
8911 DZ Leeuwarden
T +31(0)58 2 948 958
info@princessehof.nl

Website Keramiekmuseum Princessehof

Di t/m zo geopend van 11.00 -17.00
Maandag gesloten

 

Lees meer

TM01_08447_1_X.jpg‘Kijck, de takels en de touwen’ in Otterlo

Van 9 juni t/m 30 september 2018 is in het Nederlands Tegelmuseum een tentoonstelling te zien over tegels met thema’s rond ‘varen’ in de brede zin van het woord.

 

Nederland noemt zich al eeuwen een zeevarende natie, in handel, visserij en oorlog. En binnenlands is de rol van de scheepvaart op rivieren en kanalen ook niet weg te denken. Geen wonder dat schepen, met alle daaraan hangende ‘takels en touwen’, de varende bemanning en de scheepsbouw ook op wandtegels in een ongelooflijke variatie zijn afgebeeld.

 

De oudste voorbeelden dateren van rond 1600, en halverwege de zeventiende eeuw komen al hele series in productie, vooral in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Harlingen. Die populariteit neemt in de twintigste eeuw zelfs opnieuw toe. Recent is voor de Cuyperspassage onder het Centraal Station van Amsterdam over een lengte van meer dan 100 meter een tegelwand gemaakt, gebaseerd op een tableau van de achttiende eeuwse Rotterdamse tegelschilder Cornelis Boumeester.

 

Je kan gerust zeggen dat varen en belangstelling voor varen sinds mensenheugenis gebakken zit in de genen van de Nederlander.

 

In de expositie wordt voor het eerst een monumentaal tegeltableau van Friese makelij gepresenteerd, dat bij toeval in Engeland is teruggevonden. De expositie gaat in op thema’s als haring- en walvisvaart; scheepstypen en scheepsbouw, tuigage en scheepssier; handelsroutes en wat werd gebracht en gehaald; zeewezens, bijgeloof en symboliek.

 

De expositie valt samen met de nieuwste tweetalige publicatie van Jan Pluis met de titel Schepentegels, Amsterdam - Harlingen - Makkum 1660-1980
(Primavera Pers Leiden).

 

Meer informatie

www.nederlandstegelmuseum.nl

 

 

Lees meer

Geert-Lap-vazen-en-schalen-1984-----1988-collectie-Benno-Premsela-----schenking-Els-en-Caspar-Broeksma-.jpgShow Yourself in Design Museum Den Bosch

Design Museum Den Bosch (voorheen Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch) toont vanaf 16 juni de verzamelingen van Benno Premsela en Yvònne Joris. Het museum heeft deze onlangs met twee belangrijke en omvangrijke particuliere schenkingen verworven. Vorig jaar ontving het museum de collectie keramiek van vormgever en binnenhuisarchitect Benno Premsela (1920 - 1997), bestaande uit 262 vazen, schalen en kommen, waaronder belangrijk werk van Geert Lap en Jan van der Vaart. Een tweede schenking bestaat uit ruim 250 sieraden van voormalig directeur Yvònne Joris (1950 - 2013). Beide schenkingen, met werk van circa honderdvijftig vormgevers, keramisten en sieradenmakers, vormen een belangrijke aanvulling op de collectie van het museum.

Benno Premsela en Yvònne Joris waren in hun tijd twee toonaangevende verzamelaars en publieke persoonlijkheden. Hun persoonlijke visie op vormgeving gaven zij ook vorm in hun privéverzamelingen. Dit maakt deze schenkingen extra interessant voor het museum en is reden dat met Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch de twee verzamelingen compleet aan de collectie heeft toegevoegd. Beide verzamelingen zijn geschonken door de erven Premsela/Broeksma en Joris.

 

Verzamelpassie én zendingsdrang

Zowel Benno Premsela als Yvònne Joris hebben hun invloed doen gelden op het gebied van de toegepaste kunst en vormgeving. Ze behoorden tot verschillende generaties, en hadden verschillende smaakopvattingen, maar toch hadden ze veel gemeen. Zowel Premsela als Joris waren verzamelaars voor wie het persoonlijke en het professionele samenviel; er bestond voor beiden dan ook geen scheiding tussen werk en privé. Benno Premsela presenteerde zijn keramiek thuis, waar hij en zijn partner Friso Broeksma vele gasten ontving om ze te confronteren met steeds veranderende opstellingen van zijn verzameling.

Yvònne Joris droeg letterlijk haar liefde voor het eigentijdse sieraad uit. Beiden zetten hun collecties in om hun boodschap te verkondingen: gelijke waardering voor vormgeving en toegepaste kunsten naast andere beeldende kunstvormen. Deze boodschap is nog altijd actueel.

De twee verzamelingen passen buitengewoon goed binnen het museale beleid en de collectie. De koerswijziging richting design onder directeur Timo de Rijk resulteert per 1 juni in de nieuwe naam: Design Museum Den Bosch. Het feit dat de verzamelingen afkomstig zijn van personen die zo belangrijk zijn geweest voor de Nederlandse vormgeving (Premsela) en het museum (Joris), en bovendien van uitgesproken voorvechters van de toegepaste kunsten, onderstreept de missie en visie van het vernieuwde museum des te krachtiger: de impact van vormgeving op onze maatschappij tonen.


Benno Premsela

De 262 keramische objecten uit de nalatenschap van Benno Premsela werden geschonken door Els en Caspar Broeksma, de erven van Premsela’s partner Friso Broeksma. Benno Premsela was als vormgever en binnenhuisarchitect een hartstochtelijk pleitbezorger van ‘goed wonen’ en een centrale figuur in de naoorlogse Nederlandse kunstwereld. Daarnaast was hij als voorzitter van het COC ook een bekende voorvechter van homo-emancipatie. Zijn collecties beeldende en toegepaste kunst waren onderdeel van de consequente wijze waarop hij zijn moderne, geëmancipeerde levensstijl uitdroeg. Een belangrijke boodschap hierbij was zijn pleidooi voor de opheffing van de scheiding tussen vrije en gebonden kunsten. Dit blijkt in Premsela’s verzameling keramiek onder meer uit het feit dat hij zich nadrukkelijk op de moderne (container)vorm toelegde. Ingetogen van kleur en vorm verzamelde (en ontwierp) Premsela vooral producten met een wat ingehouden karakter. Hij meende dat er al genoeg ‘lawaai’ in de wereld was.


Yvònne Joris

Als directeur van Museum Het Kruithuis en het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch (1987- 2009), was Yvònne Joris even eigenzinnig als het accent grave op haar voornaam doet vermoeden. Met haar eigenzinnigheid en verzameldrift wist ze het relatief kleine museum te verrijken met een uitzonderlijke collectie kunstenaarskeramiek en auteurssieraden van internationale allure. Vanaf het begin van haar directeurschap zette zij de toegepaste kunsten centraal naast een tentoonstellingsbeleid waarin vernieuwende vormgeving een rode draad vormde.

Yvònne Joris droeg haar persoonlijke overtuiging ook zichtbaar uit. Elegant, extravagant met hoeden en sieraden getooid, stond ze letterlijk voor datgene waarin ze geloofde.
Haar eigen sieradencollectie weerspiegelt dit beeld; naast werk van toonaangevende, internationale makers (die we ook in de museale collectie aantreffen) is bijvoorbeeld ook ‘costume jewellery’ ruim vertegenwoordigd.


Geschiedenis museum

De schenking van de collectie Joris, gekoppeld aan de koerswijziging van het museum, vormt aanleiding de eigen geschiedenis nader te onderzoeken. Naast de vele opzienbarende en soms baanbrekende tentoonstellingen en aankopen uit de ‘periode Joris’ is er speciaal aandacht voor de langdurige en roerige zoektocht naar een passende locatie voor nieuwbouw van het museum. Ontwerptekeningen en maquettes van heel vroege plannen van Gerrit Rietveld tot het bijna gerealiseerde citadelplan van Bořek Šípek zullen voor het eerst in lange tijd weer te zien zijn. Deze kleine presentatie wil de ontwikkeling en de prestaties van het museum in de afgelopen zes decennia niet slechts belichten, maar ook aantonen dat design altijd onderdeel van het institutionele DNA is geweest.


Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt een (dubbelbandige) publicatie gewijd aan deze schenkingen. Auteur Titus Eliëns vervlecht daarin het verhaal van Yvònne Joris’ tijd bij het museum nadrukkelijk met de geschiedenis van de instelling zelf. Conservator Fredric Baas beschrijft hoe Benno Premsela’s opvattingen over kunst en vormgeving zijn te traceren in de geschonken keramiekcollectie.

Vanaf 1 juni heeft het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch een nieuwe naam: Design Museum Den Bosch

 

Foto: Geert-Lap-vazen-en-schalen-1984 -1988-collectie-Benno-Premsela - schenking-Els-en-Caspar-Broeksma.

 

Meer informatie

www.designmuseum.nl

Lees meer

Sichting_Ricardis_Delft_Fotografie_Marco_Zwinkels_KLEIN.jpg10 juni: Symposium De wereld van art nouveau

De art nouveau, oftewel ‘nieuwe kunst’ spreekt het hedendaagse publiek nog steeds aan. In de Nederlandse musea, maar ook op veilingen, kunstbeurzen en bij mensen thuis zijn vele objecten uit deze periode te vinden. In 2018 organiseren verschillende musea in Nederland tentoonstellingen op het gebied van de art nouveau. Een mooie gelegenheid voor Museum Prinsenhof Delft om het initiatief te nemen en de brede kijk op deze belangrijke kunststroming in Nederland te delen via een symposium op ‘World Art Nouveau Day’.

 

Aanleiding

Sinds 30 maart 2018 is in Museum Prinsenhof Delft de tentoonstelling Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft. Kunst, kennis en industrie te zien. De tentoonstelling gaat over kunstnijverheid uit de periode 1880 – 1940, een tijdvak dat begon met de internationale art-nouveaubeweging. Het accent ligt op de ontwikkeling van de kunsten in Delft, die een impuls kregen vanuit de plaatselijke industrie en het onderwijs op de Polytechnische School (tegenwoordig TU Delft).

 

Thema 1: Art Nouveau in het museum

Op dit moment zijn er in Nederland diverse musea die aandacht besteden aan de Art Nouveau door middel van tentoonstellingen of (vernieuwde) vaste presentaties. Toeval, of is er sprake van een hernieuwde interesse in deze periode? Welke nieuwe inzichten hebben deze tentoonstellingen opgeleverd?

- David de Haan, conservator kunstcollecties Museum Prinsenhof Delft

- Jan de Bruijn, conservator Gemeentemuseum Den Haag

 

Thema 2: Art Nouveau als handel- en verzamelobject

Kunst uit de periode van de art nouveau is nog altijd een geliefd verzamelobject. Wat is hierbij de visie op de markt? Welk type verzamelaars zijn er? En kunnen we spreken over bepaalde trends? In dit blok worden best practices van beurzen, speciale veilingen en online verkoop besproken. Maar naast de commerciële visie wordt ook de passie van het verzamelen van dit erfgoed besproken.

- Marcel Brouwer (Taxateur 20ste-eeuwse toegepaste Kunst en design, Vendu Notarishuis, Rotterdam)

- Issabella van Baaren (Issabella-Interiors)

 

Thema 3: Art Nouveau als (levend) erfgoed

De art nouveau betreft niet alleen kunstvoorwerpen in musea, kunsthandels en woonhuizen, maar is ook zeer belangrijk geweest in de architectuur. Hoe zichtbaar is de nieuwe kunst in Nederland? En welke rol speelt de kunststroming vandaag de dag nog bij het algemeen publiek? Verschillende instellingen en verenigingen geven eigentijdse voorbeelden waarmee zij de aandacht voor kunst rond 1900 levendig houden.

- Twan van Rooij (senior projectmedewerker Raap)

- Eddy Engelsman (voorzitter Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900)

- Valentijn Carbo (Onderzoeker Museumhuizen, Vereniging Hendrick de Keyser)

 

Meer informatie

Wanneer: Zondag 10 juni

Tijd: 13.00-18.00 uur

Waar: Museum Prinsenhof Delft, Van der Mandelezaal

Kosten: €15,-

Kaarten zijn vanaf 25 mei verkrijgbaar bij de balie van het museum

Aanmelden: aanmelding-prinsenhof@delft.nl o.v.v. ‘symposium 10 juni’

 

 

 

Lees meer

b143e904-4918-47e1-87ed-6a2272621662-356x500.jpg

VVAK Lustrum Symposium ‘Collecting Asian Art in the Western World – Past, Present and Future’

De VVAK is in juni 1918 opgericht door een groep liefhebbers kenners van Aziatische kunst met de intentie om de interesse in kunst uit Azië te stimuleren en kunstliefhebbers bijeen te brengen. Tien jaar later besloot het toenmalige bestuur een eigen museum op te richten, dat in 1932 haar deuren opende. Nu – 100 jaar na de oprichting – vormt de VVAK-collectie een substantieel deel van de Aziatische kunstcollectie in het Rijksmuseum en bestaat de Vereniging uit een grote groep betrokken en actieve leden.

 

Het bestuur van de VVAK nodigt u van harte uit voor het VVAK jubileumsymposium Collecting Asian Art in the Western World: Past, Present & Future op 23 juni a.s. in het Rijksmuseum. Dit symposium, een van de jubileumactiviteiten in 2018, is internationaal van opzet met sprekers uit Nederland, Europa en de Verenigde Staten. Het programma en het symposium zijn om die reden in het Engels.

 

We sluiten de symposiumdag af met een feestelijke jubileumreceptie in het Atrium van het Rijksmuseum. U bent hiervoor ook van harte uitgenodigd!

 

Datum en locatie

Datum: Zaterdag 23 juni 2018 van 9:30-19:30

Locatie: Auditorium Rijksmuseum Amsterdam

 

Registreren
Leden € 35, niet-leden € 80, studenten € 35,  inclusief koffie/ thee, lunch en receptie. Betaling en registratie gaat via de webshop op de VVAK-site of via de onderstaande link.

 

Koop nu uw ticket

 

U kunt het verschuldigde bedrag ook direct overmaken op de bankrekening van de VVAK , NL33INGB0000188285 ten name van de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst en onder vermelding van uw naam en ‘symposium’. Graag verzoeken wij u dan ook een e-mail met uw gegevens te sturen aan info@vvak.nl.

 

 

Symposium


PRIVATE COLLECTIONS AND PUBLIC MUSEUMS

Private art collectors and their gifts are at the foundation of most European and American art museums.  This also applies to the field of Asian art, in the East as well as in the West. Especially from the late nineteenth century onwards connoisseurs have created outstanding collections, individually and collectively via societies. Most of the major collections of Asian art originally started as private initiatives and later developed into museums.

 

VVAK AND ITS 100TH ANNIVERSARY

The Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst (VVAK), or Asian Art Society in the Netherlands, was founded in 1918 as an entirely private initiative. The collection of the VVAK distinguishes itself from the collections of the various Dutch ethnographical museums by focusing on high quality art works only. The VVAK does not collect any form of export art made for the West. The growing collection was initially shown at the Stedelijk Museum in Amsterdam  before it was moved to the Rijksmuseum in 1952, where it has been on loan ever since. The vast majority of the art objects displayed in the Asian Pavilion of the Rijksmuseum is the property of the VVAK.

 

ASIAN ART SOCIETIES IN EUROPE AND AMERICA

One of the earliest examples of a collectors’ society is the Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (Batavia Society for Arts and Science) in Batavia, now Jakarta, that was founded as early as 1778. Its collection is divided between the National Museum in Jakarta and the Museum Volkenkunde in Leiden. The English followed the Dutch with the foundation of the Oriental Ceramic Society in 1921, where after Germany founded the Gesellschaft für Ostasiatische Kunst in 1926 (East Asian Art Society). It was only after the Second World War that the first collections were initiated in the United States:  the Society for Asian Art in San Francisco and the Asia Society in New York City, both in 1958. They both resulted in the foundation of museums and their members collectively assembled excellent art objects to exhibit publicly.

 

EUROPEAN FOUNDERS OF ASIAN ART MUSEUMS

One of the first museums for Asian art in Europe was initiated by the French connoisseur Emile Guimet and was based on his interest for ancient religions. The collecting policy of the VVAK was strongly guided by its co-founder and first chairman, the banker Herman Karel Westendorp, who personally bought important pieces for the society’s collection in the countries of origin in the 1930’s. Shortly after 1945, the Rietberg Museum was founded on the vast collections of the German-Swiss banker Eduard von der Heydt.

 

COLLECTION POLICIES: PAST, PRESENT AND FUTURE

The history of collecting can be viewed through a variety of paradigms, as keynote speaker prof. John Guy argues. He will analyse historical, cultural, political and ethnic framing of collecting Asian art, both in private and public arenas. The heyday of collecting non-western art is over now. Today, the export and import of art from other continents is strictly regulated. The provenance of each object must be checked on the (legal) circumstances of its acquisition and origin. At the same time, museums reconsider ways to exhibit Asian art and heritage, protecting it while at the same time trying to attract a broader and younger audience.

 

Programme:


From 9.15   Welcome & Registration at the VVAK desk in the entrance hall of the Rijksmuseum

Coffee/tea in the Auditorium

 

10.00-10.15 Welcome by Taco Dibbits, Director General of the Rijksmuseum Amsterdam

Opening by Pieter Ariëns Kappers, Chair of VVAK, the Asian Art Society in the Netherlands

 

 

 

PART 1      MORNING PROGRAMME


Introduction to the programme by Lex Holst, Vice Chair of VVAK

 

10.15-10.50    ‘The highest of cultures’: motives of VVAK members for collecting Asian art- past & present

Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK, specialist in collecting history and arts philanthropy

 

 10.50-11.25    Collecting by the ‘Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen’(1778)

Prof. Marijke Klokke and dr. Francine Brinkgreve, respectively Professor of Art and Material Culture of South and Southeast Asia, Leiden University, and Curator for the Insular Southeast Asia collection, National Museum of World Cultures (a.o.Museum Volkenkunde Leiden and Tropenmuseum Amsterdam)

 

11.25-11.35    Dialogue: Reflections on collecting Asian art in the Netherlands, publicly and privately- past and present

Moderator: Lex Holst,Vice Chair of VVAK

 

11.35-12.00    Coffee/tea/water break

Abb.9-333x500.jpg 

 


12.00-12.35    Sparking Interest for the arts of East Asia. On the history of the East Asian Art Society in Berlin (1926-1955, re-established in 1990)

Dr. Herbert Butz, former Deputy Director and Curator of Chinese Archaeology and Chinese Applied Arts at the Museum of Asian Art, Staatliche Museen zu Berlin

 

12.35-13.10    Passion and Connoisseurship: Charles L. Freer (1854-1919) and Arthur M. Sackler (1913-1978) at the core of the American national collection of Asian Art

Prof. Jan Stuart, Melvin R. Seiden Curator of Chinese Art, Freer Gallery of Art and Sackler M. Sackler Gallery, SmithsonianInstitution, Washington D.C.

 

13.10-13.30    Dialogue: New perspectives on exhibiting Asian art in western museums

Moderator: Lex Holst, Vice Chair of VVAK

 

13.30-14.30    Lunch in Foyer

 

Possibility to visit the Asian Pavilion guided by curators Asian Art of Rijksmuseum

 

 Asher_Broadley-Collection-Plate-I-668x500.png

 

PART 2      AFTERNOON PROGRAMME


Moderator: Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK

 

14.30-15.05    Westendorp’s spectacles: the VVAK & collecting for the greater good

Menno Fitski, Head of Asian Art, Rijksmuseum Amsterdam

 

15.05-15.40    From «ars una» to the Museum Rietberg: Eduard von der Heydt and his legacy

Esther Tisa Francini, Lic. phil., Head of the Archives and the Provenance Research, Museum Rietberg, Zürich

 

15.40-16.05    Coffee/tea/water break

 

16.05-16.40    From Utopia to Museum: the birth of Emile Guimet’s Museum of Religions

Dr. Pierre Baptiste, Curator Southeast Asian Art, National Museum for Asian Art – Guimet, Paris

 

16.40-17.25    Keynote speech: Antiquarian collecting – Old World New Age

Prof. John Guy, Irving Curator of South and Southeast Asian Art, Metropolitan Museum of Art, New York

 

17.25-17.45    Discussion with afternoon speakers:

 

The future of collecting Asian art in the Western World

Moderator: Dr. Renée Steenbergen, board member of VVAK

 

17.45-17.55    Closing remarks / wrap up

Prof. Anne Gerritsen, Professor Kikkoman/VVAK Chair of Asian-European Intercultural Dynamics, Material Culture and Art, Leiden University

 

Closing remarks by Pieter Ariëns Kappers, Chair of VVAK

 

18.00-19.30    VVAK 100thAnniversary Reception

Drinks and canapés at the Atrium of the Rijksmuseum

Performance: Gamelan ensemble Swara Santi


image002.jpg

Charles Lang Freer comparing Whistler’s “Venus Rising from the Sea” to an Islamic glazed pot, 1909. Photograph by Alvin Langdon Coburn (1882—1966)

Lees meer

Cover Vormen uit Vuur 241.png

Nummer 241

 

Inhoudsopgave nummer 241 (2019/3):


De handel in Europees aardewerk met Nederlands-Indië 1820 - 1940
Jaap Otte

Glasblazerij De Son
Archivalisch onderzoek naar een zeventiende-eeuwse glasblazerij in Haarlem
Theo Bottelier

De oeuvres van Barbara Nanning
Een ateliergesprek naar aanleiding van haar overzichtsexpositie in Kunstmuseum Den Haag
Chris Reinewald

Favoriete objecten
Dick Meyer, Lucien G.A. Schram, Nol Overvliet, Antoine Verschuuren

Gezonken Schatten
Scheepswrakken, porselein en ethiek in Leeuwarden
Sebastiaan Ostkamp

‘Majolica’ zalfpotten uit maritieme contexten
Hollandse zalfpotten uit het Palmhoutwrak en Japanse navolgingen
Sebastiaan Ostkamp

Experimenteel jubileum
Vijftig jaar Europees Keramisch Werkcentrum
Victoria Anastasyadis

Een goed huwelijk
Het wel en wee van een huwelijksglas van de hand van Jacob Sang (1720-1786)
Gerard van de GardeMarten van Calcar

 

Inhoud/lid worden

© Vormen uit vuur