Nieuws

Onderzoek naar bronsglazuur Jan van der Vaart staat niet stil


Sinds het verschijnen van het artikel ‘Het enige geheim van Jan van der Vaart’ in Vormen uit Vuur 259 zijn er bij de redactie allerlei reacties van lezers binnengekomen. Deze positieve respons sluit aan op het succes van de – inmiddels tot 25 oktober verlengde – tentoonstelling Jan van der Vaart: voor Jan en alleman in Kunstmuseum Den Haag. Tijdens het onderzoek naar het bronsglazuur bleven sommige vragen onbeantwoord en de resultaten riepen ook weer nieuwe vragen op. Op welke brandende vragen richt het onderzoek zich momenteel?

Fotocredit: © Victoria and Albert Museum, London

Wat was de invloed van Lucie Rie?
In 1958 ontmoette Jan van der Vaart tijdens een reis naar Engeland Lucie Rie en Hans Coper. Er is een interview met Van der Vaart waarin hij aangaf dat Rie hem de receptuur van haar eigen bronsglazuur heeft gegeven, wat zijn claim in andere interviews – dat dit glazuur zijn eigen ontdekking zou zijn geweest – op het eerste gezicht lijkt tegen te spreken. Van Lucie Rie wordt in Engeland een omvangrijk archief bewaard, inclusief aantekenschriftjes waarin ze haar glazuurproeven noteerde. Onderzocht wordt of de receptuur voor haar bronsglazuur daarin terug te vinden is. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er met de recepturen van Van der Vaart? Via deze weg kan daadwerkelijk inzicht worden verkregen op de vraag of het bronsglazuur van Van der Vaart inderdaad is geënt op de versie van Lucie Rie.



Wat was de invloed van Emmy van Deventer-Molt?
Tijdens het onderzoek kwam de naam van Just van Deventer en die van zijn vrouw Emmy Molt naar voren. Uit navraag bij de familie Van Deventer is gebleken dat Jan van der Vaart en Emmy van Deventer-Molt jarenlang goed bevriend zijn geweest en dat zij tijdens hun samenwerking aan de Rietveld Academie in Amsterdam veel kennis met Jan van der Vaart heeft gedeeld. Jaren eerder, in 1956, ging zij als glazuur- en kleispecialist aan de slag op de Experimentele Afdeeling van De Porceleyne Fles, waar ze tal van de sinterengobes ontwikkelde waarmee Lies Cosijn en collega’s furore maakten. Van deze proeven wordt in Delft een omvangrijk archief bewaard. Omdat het bronsglazuur van Van der Vaart uit een engobe moet zijn ontstaan en gezien zijn contact met Emmy van Deventer-Molt wordt dit archief nader onderzocht of er overeenkomsten met de receptuur van het bronsglazuur van Van der Vaart in te vinden zijn. 

Wat is het effect van kobalt in de samenstelling van het bronsglazuur?
Uit de recepturen voor het bronsglazuur die bij de glazuurproeven in het archief van Van der Vaart bewaard zijn gebleven is gebleken dat kobaltoxide soms, maar lang niet altijd, onderdeel van de receptuur uitmaakte.

Recent contact met Bob van Schie, die in de jaren negentig op het atelier van Van der Vaart werkte en daarmee een belangrijk ooggetuige en ervaringsdeskundige is, leerde dat kobalt een belangrijk effect heeft op het gedrag van het bronsglazuur in de oven en ook op de uiteindelijke kleur van het bronseffect. Door middel van het maken van reconstructies van het bronsglazuur op basis van de receptuur van Van der Vaart die vervolgens op het Rijkserfgoedlaboratorium in Amsterdam zullen worden onderzocht, wordt binnenkort het effect van de toevoeging van kobaltoxide aan de glazuur op de vorming van de kristallijne kopermanganaat-spinel dat het bronseffect teweegbrengt, nader in kaart gebracht.


Wie is F.W. Sergeant en wat welke rol heeft hij of zij gespeeld?
Tot de belangrijkste glazuurproeven in het archief van Van der Vaart in het RKD behoren de twee kartons met daarop 25 proeftegels die een zogenaamde vierkantsmenging vormen en dat de compositional spacevan de receptuur van het bronsglazuur onderzoekt. Tijdens het onderzoek viel meteen op dat rechtsboven op het karton de naam F.W. Sergeant staat geschreven, alleen leverde het archief en ook aanvullend onderzoek op dat moment geen verdere aanknopingspunten over deze persoon op. Ondertussen is er contact gelegd met F.W. Sergeant, met verrassende nieuwe inzichten tot gevolg.

Het artikel is dus ook niet het einde, maar eerder het startschot voor aanvullend onderzoek naar het ‘enige geheim van Jan van der Vaart’.

Bert-Jan Baas