Nieuws

Jan van der Vaart, meesterpotten-bakker

Boekbespreking


Jan van der Vaart (1931-2021) vond niets minderwaardigs in een vaas, kom of schaal ten opzichte van ‘echte’ kunst. Hij was goudeerlijk over de innerlijke noodzaak om ‘potten’ te bakken, een eeuwenoud ambacht. Hij had geen poeha en stak zijn mening niet onder stoelen of banken. Hij was genereus maar kon ook ongemeen kritisch uit de hoek komen, zeker ten aanzien van goedbedoelende amateurs en beginnende studenten: ‘kleiknijpers’ waren het. Hij was een meester in het draaien van potten, die stoer en tegelijkertijd elegant zijn. Daarnaast werkte hij met platen klei en gegoten geometrische basisvormen die werden versneden en gemonteerd tot geometrische potten. Dit werk is ronduit mannelijk. Ook ontwierp hij voor de industrie (Tichelaar, Rosenthal en Leerdam). 

Pottenbakken was vooral hard werken. Van der Vaart heeft financieel goede en slechte tijden gekend. Als er royaal geld was, kocht hij met grote passie etnografica en antieke microscopen. Alles in zijn huis was mooi, net als in de comfortabele woningen van zijn verzamelaars, getuige tal van fotoreportages in het boek. 

Van der Vaart is ruim twee decennia hoofddocent keramiek aan de Gerrit Rietveld Academie geweest, hetgeen nu voor het eerst goed is vastgelegd. Hij heeft aan de basis gestaan van het grote succes van de moderne keramiek in Nederland. Zijn talrijke studenten konden steevast rekenen op ongezouten kritiek. Uitspraken als: ‘Dat kan niet’, ‘Ben je weer kunst aan het maken’ en ‘Daar kan je geen droog brood mee verdienen’ stimuleerden hen om juist toch te doen wat ze van plan waren, vaak met bewonderenswaardig succes. 

Van der Vaarts opmerking dat er vooral bloemen in zijn vazen moesten worden gezet, is viraal gegaan. Hiermee bedoelde hij simpelweg bossen tulpen, narcissen, dahlia’s of gemengde boeketten. Mag je zijn vazen dan gebruiken? Waarom die angst? Want wie duldt nou een lelijke bloemenvaas als ‘woonaccessoire’ in zijn nabijheid? Op de foto’s in de publicatie Jan van der Vaart, Pottenbakker boek is bijna altijd ‘op zijn Japans’ een takje bladloos exotisch in een vaas gezet, waarschijnlijk uit vrees deze te overschaduwen. Maar dat is nooit het geval, hoeveel bloemen je ook in zijn vazen steekt. Een goede vaas is als een perfect manchet die, proefondervindelijk, de stelen van bloemen in bedwang houdt. Uitkragende halzen bij draaiwerk en tuiten bij tulpenvazen bieden weke stelen van tuinbloemen net dat beetje noodzakelijke ondersteuning. Een tulpenvaas gevuld met toefjes dennengroen en oranje tulpjes oogt hoogst ongemakkelijk. Natuur en kunst zouden, volgens de regels van Ikebana, juist een harmonisch huwelijk moeten opleveren. 

Tienduizenden voorwerpen hebben zijn verschillende ateliers en de fabrieken verlaten. Om hier een verantwoorde keuze uit te maken, moet heel lastig zijn geweest. Een omissie in de selectie van afbeeldingen is dat de musea buiten spel zijn gezet. Natuurlijk, de hardcore verzamelaars waren bij wijze van spreken aanwezig als de ovendeur openging na iedere stook en de vazen nog warm waren. Maar Van der Vaart maakte hierop een uitzondering als hij nieuw werk had gemaakt voor museale tentoonstellingen. Dan hadden conservatoren de eerste keus en verwierven meesterwerken. En waar zijn de topstukken uit de collectie van ‘ceramiek collectioneur par excellence’ Jacob van Achterbergh en purist Benno Premsela, nu in museumcollecties?

Foto: Erik en Petra Hesmerg

Het werk van Jan van der Vaart volgt op nauwe voet de steeds wisselende moderne tijdgeest in de halve eeuw waarin hij gewerkt heeft. Het oeuvre loopt synchroon met de eigentijdse architectuur (Brutalisme) en beeldende kunst (Minimal Art en Nul). Galeriehouder Garth Clark vertegenwoordigde Van der Vaart met wisselend succes in Amerika. Dat juist de beeldhouwer Richard Serra in de museumwinkel van Museum Boijmans Van Beuningen en bloc zo’n tien vazen met bronsglazuur kocht, vervulde Van der Vaart terecht met trots.

Volgens de Oostenrijkse architect Adolf Loos, modernist avant la lettre – vooral bekend om zijn essay Ornament en misdaad uit 1908 – moest de moderne mens zich omringen met strakke, onversierde gebruiksvoorwerpen, want ornament was immers historisch ingegeven. Decoratie maakte producten onnodig duur. Van der Vaart kan deze tekst niet gekend hebben, maar handelde er wel naar door multiples te gaan maken. Dit zijn moderne, betaalbare potten, kandelaars en wat dies meer zij, die in één keer in een mal werden gegoten waardoor snel kon worden gewerkt.

Dieses Bild ist ähnlicher als ich, schreef Adolf Loos kort voor de Eerste Wereldoorlog op een briefkaart met zijn portret, getekend door Oskar Kokoschka (‘Deze tekening lijkt meer op mij dan ik ben’). Hij bedoelde hiermee dat de kunstenaar zijn ziel had getroffen. Het is de samenstellers, auteurs en fotografen gelukt Jan van der Vaart zo te portretteren dat ook zíjn geest tastbaar wordt. Alles wat er te lezen en te bekijken viel, is verwerkt en veel vrienden, (oud-)conservatoren en oud-studenten zijn uitvoerig geïnterviewd. Zeer informatieve teksten over verschillende onderwerpen, in witte letters uitgespaard op roestbruine pagina’s, worden afgewisseld met royale fotokaternen. Het boek is mooi vormgegeven, en ademt de geest van Total Design uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Jan had het niet beter kunnen wensen: een boek over wie en hoe hij was, wat hij gedaan heeft en hoe de wereld naar hem keek en nu terugkijkt. Een prachtig portret ‘van het mannetje dat die bloemenvazen maakt’.

Jan van der Vaart, Pottenbakker is de publicatie bij de tentoonstelling Jan van der Vaart, voor Jan en alleman die tot en met 25 oktober te zien is in Kunstmuseum Den Haag. Met tekstbijdragen van  Garth Clark, Edo Dijksterhuis en Arjen Ribbens. In Vormen uit Vuur 259 is uitvoerig geschreven over zijn bronsglazuur.

Thimo te Duits

Jan van der Vaart, meesterpottenbakker
Garth Clark, Edo Dijksterhuis en Arjen Ribbens
Fotografie Erik en Petra Hesmerg
Ontwerp: Beukers Scholma grafisch ontwerpers
Een uitgave van Cometa* – Stichting voor kunstpublicaties
Verkrijgbaar in een Nederlandstalige en een Engelstalige editie
Prijs: € 49,95
Te bestellen bij Cometa https://stichtingcometa.nl of in de winkel van Kunstmuseum Den Haag
ISBN 978 90 835621 0 0


Foto: Erik en Petra Hesmerg