Verdwaald in Delft

Den Haag t/m 19 oktober


Goedlachse Boeddhabeeldjes: we zijn er in Nederland al eeuwen dol op. Ze vinden hun oorsprong in China en zijn sinds de zeventiende eeuw erg gewild in Europa. Al snel ontstaat er Delfts aardewerk dat het Chinese porselein één op één kopieert. Alhoewel… het komt regelmatig voor dat Delftse pottenbakkers een vleugje vertrouwde Europese cultuur aan de mysterieuze beeltenissen toevoegen. Veel kennis over de ware betekenis van de Boeddhistische en Taoïstische godheden was er toen nog niet. In de tentoonstelling Verdwaald in Delft – De transformatie van Budai en Guanyin verbindt Kunstmuseum Den Haag een klein aantal nog altijd populaire Delfts blauwe figuren met hun prototypes. Beeldjes van boeddhistische godheden belanden ruim 300 jaar geleden vanuit China in het Nederlandse interieur. Twee van hen, Budai en Guanyin, zijn erg geliefd en worden in allerlei uitvoeringen in Delfts aardewerk nagemaakt.

Budai
De zittende, lachende Budai Heshang kent zijn oorsprong als Chinese boeddhistische monnik in de tweede helft van de negende eeuw. In China is hij beter bekend als incarnatie van Maitreya, de toekomstige Boeddha. In Nederland werd Budai in de zeventiende eeuw bekend door porseleinen en spekstenen plastieken. Aan Budai’s beeltenis worden door de pottenbakkers in Delft naar hartenlust kleuren en patronen toegevoegd. Daarnaast krijgt hij ook attributen van genotsmiddelen die op dat moment nieuw zijn in Nederland, zoals een theekop en -schotel of een tabakspijp. De fusie van Chinese en Europese vormen en decoraties wordt chinoiserie genoemd, een fantasie van China. De Delftse imitatie van Budai verandert in de achttiende eeuw van een exotische curiositeit naar een stereotype-voorwerp. De beeldjes laten een bredere context zien van de Europese perceptie van China die in de 18de eeuw omslaat van grote bewondering voor de oude beschaving in een minder positief beeld.

Guanyin
Guanyin is een boddhisatva die binnen het Chinese boeddhisme met barmhartigheid wordt geassocieerd. Volgens het Indiase Mahayana-boeddhisme antwoordt Guanyin in 33 verschillende manifestaties mensen die om hulp vragen. In combinatie met Chinese volksverhalen zijn er ook in het Chinese boeddhisme allerlei legendes ontstaan over Guanyin die mensen redt. In de tijd dat Guanyin haar intrede maakt in China tijdens de Han-dynastie (202 v.Chr. – 220 na Chr.), was het nu vrouwelijke goddelijke figuur nog mannelijk. Pas tijdens de Ming-dynastie (1368-1644) is de transformatie van Guanyin als godin compleet. In het 17e-eeuwse Delft wacht Guanyin een nieuwe transformatie. Witte porseleinen en spekstenen exemplaren uit China hebben als voorbeeld gediend voor de Delftse pottenbakkers, die op hun beurt haar kleren verrijken met uitbundige patronen in blauwwit en kleur. Guanyin’s Europese populariteit lijkt te danken aan de vermoedelijke associatie met Maria uit het katholieke geloof, zeker omdat ze soms met een kind in haar handen is uitgebeeld.

Onsterfelijken
Naast de boeddhistische Budai en Guanyin, zijn in Delft ook van taoïstische godheden imitaties gemaakt. China is lang geobsedeerd geweest door onsterfelijkheid en de komst van het taoïsme hielp de traditie ervan in stand te houden door verhalen te vertellen over hoe onsterfelijkheid bereikt kon worden. De taoïstische overleveringen verzamelden hun eigen groep van de Acht Onsterfelijken. Door hun nauwe band met de taoïstische goden Fu (welvaart) en Shou (lang leven), worden ze vaak allemaal samen afgebeeld. Dit is ook het geval op een zeldzame Delftse schotel die in de tentoonstelling te zien zal zijn.

Traditie
De tentoonstelling is een vervolg op de langdurige traditie van onderzoek naar en tentoonstellingen over Delfts blauw in Kunstmuseum Den Haag. Ditmaal richt het museum zich op het niet-Westerse perspectief van Delfts blauw, door te kijken naar de oorsprong en inspiratiebronnen van het wereldberoemde aardewerk