!cid_image002_jpg@01D8E39D.jpg

Hein Andrée

Ambachtsman wordt kunstenaar-keramist


Hein Andrée (1882 – 1961) is een in de vergetelheid geraakte keramist die bekend stond om zijn verbluffende techniek. Kunstmuseum Den Haag toont vanaf 22 oktober zo’n 120 objecten uit het gehele oeuvre van Andrée, dat zijn charme dankt aan de unieke manier waarop hij zijn technisch kunnen combineerde met de artistieke blik van een kunstenaar. De objecten zijn afkomstig uit particuliere collecties die niet eerder publiekelijk te zien zijn geweest en worden getoond in vitrines die bij de bouw van het museum in de jaren dertig speciaal voor het tentoonstellen van keramiek ontworpen zijn.

 

Van ambachtelijk pottenbakker tot kunstenaar-keramist

Hein Andrée begon zijn carrière eind 19e eeuw als ambachtsman in de pottenbakkerij van zijn vader, waar eenvoudige gebruiksvoorwerpen in serie geproduceerd werden. Hierdoor laat Andrée ontelbaar vaak dezelfde vormen uit zijn handen komen en draait hij dag in dag uit dezelfde soort (bloem)potten, waarvan gezegd wordt dat hij er wel 1500 per dag kon maken. Ondanks deze ongelofelijk hoge productie heeft Andrée grotere artistieke ambities. Langzaamaan begint hij meer decoratieve objecten te maken. Zijn kennis, kunde en sublieme techniek zorgen ervoor dat hij objecten van een verbluffende verfijning kan draaien: de potjes en vaasjes die hij maakt worden haast minuscuul en met een ongelofelijk dunne wand. Ongeschikt als gebruiksvoorwerpen, wel uiterst attractief om naar te kijken.

 

Testen en glazuren

Ook gaat Andrée zich meer en meer op bijzondere glazuren toeleggen, waarbij hij niets aan het toeval overlaat. Hoewel dit vrijwel onmogelijk is bij het maken van keramiek en de techniek van het bakken, probeert Andrée volledige controle te houden over zowel vorm, kleur als textuur. Waar de esthetiek van zijn objecten een kunstenaar suggereert die het toeval zoekt, is Andrée’s werkwijze juist die van een ambachtsman die met testen en vertrouwend op kennis en kunde het toeval probeert uit te sluiten. Hiermee onderscheidt hij zich van bekendere generatiegenoten en medekeramisten als Chris Lanooy en Willem Coenraad Brouwer.

 

Experimenteren in de heksenketel

Zijn atelier wordt haast een scheikundig lab, of zoals Andrée het verwoordde: een heksenketel. Hij mengt zelf zijn pigmenten en test er op los. Er zijn dan ook talloze objecten overgeleverd waarop Andrée geëxperimenteerd heeft met gekleurde glazuren. Deze zijn in de tentoonstelling samen te zien met een hoop ongeglazuurde exemplaren, waarbij Andrée vermoedelijk geprobeerd heeft hoe dun hij de wand van een object kon maken.

 

Natuurfenomenen en materialiteit

Extra bijzonder is de keramiek van Andrées hand met glazuren waarin hij fenomenen uit de natuur lijkt te imiteren. Doordat hij uitzonderlijk knap de controle weet te houden creëert hij objecten die bedekt lijken met een slangenhuid of tijgervel, of juist doen denken aan sneeuw of een maanlandschap. Maar ook speelt hij met materialiteit, waarbij hij keramiek draait en glazuurt dat van goud of koper gemaakt lijkt te zijn. Een hoogtepunt in de tentoonstelling is een roodbruin keramieken bord met butsen dat lijkt alsof het van gehamerd metaal is gemaakt.

 

Onvoorstelbaar kleine vaasjes

Naar het einde van zijn carrière toe raakt Andrée sterk geïnspireerd door Delfts wit en historische Japanse, Chinese en Koreaanse keramiek, waar hij via verzamelaars van zijn werk mee in aanraking komt. Naast de witte kleur en de typische ovale en bol-ronde vormen, neemt hij ook de maat over. Met name vanaf de jaren dertig worden zijn objecten onvoorstelbaar klein. Veel vaasjes zijn nog geen 10 centimeter hoog.

 

22 oktober 2022 t/m 7 mei 2023


www.kunstmuseum.nl

© Vormen uit vuur