2016C0118-1.jpg

Toorops tegeltableau Jong Holland

Bezoek aan het virtuele Kunstmuseum Den Haag 

 

Het kon niet anders dan dat de grote verstedelijking en de komst van een nieuwe massacultuur in de laatste decennia van de negentiende eeuw hun weerslag hadden. Gelijk opgaand met de groei van de steden, groeide dan ook de fascinatie voor het leven buiten de stad: de natuur en het platteland. Als reactie op een nieuwe massacultuur van gecultiveerde efficiency ontstond een fascinatie en waardering voor het ongerepte en onbeschaafde.

 

Een ‘ware’, onbedorven cultuur

Bewust en onbewust werd het leven buiten de stad van een archaïsch en idyllisch imago voorzien. Bezien vanuit de stad zag het platteland er heel anders uit dan het beeld dat de ‘plattelanders’ er zelf van hadden. De stedeling zag het platteland als de buitenkant van een andere, onbekende wereld die nog ontdekt moest worden. Op het platteland, en onder de plattelanders, meende men nog een ‘ware’, onbedorven cultuur aan te treffen. ‘Onder den rook van Amsterdam wonen menschen, vele zelfs, voor wie die stad geenerlei bekoring heeft, wien het slenteren langs de winkels verveelt en de roezige drukte benauwt’, schrijft Rudolph Tutein Nolthenius in 1909. Tutein Nolthenius was waterstaatkundig ingenieur, maar zette zich rond de eeuwwisseling ook in voor de ‘volkskunde’ en de waardering van het ‘echte volk’. ‘Beklaag die menschen niet’, vermaant hij. ‘Hun ziel is anders gestemd dan de onze, (…) [maar] hun leven [is] rijker dan dat van menig stedeling. Zij vormen het eigenlijke “volk” (…)’

 

 

Lees verder op de website van het Kunstmuseum

 

afb. Tegeltableau ‘Jong Holland’, ontwerp Jan Toorop, uitvoering i.s.m. Plateelbakkerij Rozenburg, 1903, veelkleurig geglazuurd grès cérame met ingegrift decor, 105 x 160 cm, Kunstmuseum Den Haag

© Vormen uit vuur