Johan van Loon (1934-2020)

Portret Johan van Loon.jpg‘De pionier en Patriarch van de Nederlandse moderne Keramiek en keramiekkunstenaar van het millennium’ is op 85 jarige leeftijd overleden. Deze woorden prijken op zijn overlijdenskaart. Wie Van Loon heeft gekend, kan slechts concluderen dat hij de hand heeft gehad in dit epigraaf. Hij vond dat zelf en er schuilt ook zeker enige waarheid in. Bescheidenheid was Van Loon in ieder geval vreemd. Hij was vervuld van zijn technische vaardigheid, zijn grote creativiteit en zijn eindeloze productie uit eigen atelier en voor fabrikanten als Royal Copenhagen en Rosenthal. Opgeleid als textielkunstenaar maakte hij grote faam als keramist. Zijn leven lijkt in dienst te hebben gestaan van verrassende vormgeving en het steeds dunner en fragieler werken, totdat de klei zo vliesdun en transparant werd als overtrekpapier. Zijn vormen ontwikkelden zich van gedraaide cilinders tot dansende krullen en alles wat daartussen zit. Met de krullen sloot hij zijn uiterst productieve leven af.

 

Van Loon begon zijn carrière in 1958 met gedraaide vazen met kragen en met potten voorzien van deksels die gespiegeld zijn aan het volume waar ze op staan. Met dit vroege werk ging hij de boer op om met een koffertje vol potten belet te vragen bij musea die hedendaagse keramiek verzamelden. Daarna volgde werk dat zijn inspiratie vond in de natuur zoals bloemen, vruchten en eieren. Deze getuigden van veel gevoel en een streven naar een zo waarachtig mogelijk realisme. Dit paste in een gezamenlijk streven van Nederlandse keramisten om te ontsnappen aan de klassieke vaas- en potvorm. Klei werd een expressief medium, bevrijd van conventies.

Hierop brak een uiterst vruchtbare periode aan waar al het vakmanschap waar hij decennia aan had gewerkt tot een climax kwam. Beeldbepalend werden zijn kommen uit gevouwen lappen klei die hij moulleerde, plooide, weefde, van contrasterende biezen en applicaties - zogenaamde polkadots - voorzag. Veel van dit werk was ongeglazuurd maar gekleurd met engobes. Als hij wel glazuurde, maakte hij er motieven van om een deel van de scherf onbehandeld te laten. Deze technische hoogstandjes, die zijn opleiding als textielkunstenaar verraadden, ontwikkelde hij gedurende een lange werkperiode in 1978 in Kopenhagen. Hij walste platen klei tussen grof textiel om er vervolgens kommen en vazen van te vouwen als omsloten zij een vast, asymmetrisch volume voor stevigheid. Maar dat was schijn. De lappen werden zelfdragende wanden met stolpplooien en coupenaden, die dansten, schijnbaar zonder enige moeite.

In eigen atelier aan de Haagweg in Breda ging hij verder hiermee. Deze werkplaats op de begane grond van een rijtjeswoning werd een besloten proefkeuken voor alles van wat keramisch mogelijk was en vooral onmogelijk leek. In zijn werkplaats duldde hij niemand, hoe nabij de bezoeker ook was. Naar zijn techniek bleef het gissen. Al zijn glazuur- en stookgeheimen moesten geheim blijven. In de voorruimte, de showroom, stond het werk uitgestald en opgestapeld, hun weg vindend naar musea en gepassioneerde verzamelaars. Dit werd jarenlang zijn succesformule. Hij was rusteloos vol van zijn kunstenaarschap. De ene kom volgde op de andere, telkens met nieuwe vondsten in vorm en glazuur. Vaak werkte hij aan tientallen tegelijk, in verschillende fasen van ontstaan en afronding. Ideeën voor de ene kom maakten dat hij de volgende weer anders wilde afwerken.

Zijn werkzame leven sloot hij af met objecten als ballerina’s. Deze waren op een jubileumtentoonstelling te zien ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag in het Breda’s Museum, zijn woonplaats. Dit werd een afsluiting van jarenlange erkenning door musea in binnen- en buitenland, die zijn werk met veel ontzag en respect hebben getoond en verzameld. Een ellenlange lijst van exposities op zijn cv getuigt hiervan.

 

Of hij de keramist van het millennium was, is moeilijk vast te stellen: elke keramist van naam kan aanspraak maken op die titel. Johan van Loon is zeker een van de allergrootste kanshebbers.

 

Thimo te Duits


Foto: Courtesy bibliotheek museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

© Vormen uit vuur