Lichtpunten

Den Haag t/m 7 mei

Wat verbindt schilders als Signac en Toorop met glasgraveurs Greenwood en Wolff en plateelschilder Van Frytom? Het zijn ‘stippelaars’. Deze kunstenaars creëren met hun techniek nieuwe kijkeffecten. Door het aanbrengen van lichtere verfpunten of door het met minder kracht te graveren maken zij onderscheid in licht en donker in de composities. De tentoonstelling Lichtpunten in het Kunstmuseum Den Haag brengt tot en met 7 mei met een selectie kunstwerken – van eeuwenoud glas- en aardewerk tot moderne schilderkunst – een ode aan de magie van het stippelen.

Drie kelkglazen Nederlanden of Engeland, onbekende glasblazers, gravure Frans Greenwood
(1680-1763), Dordrecht, 1746/1747 Kunstmuseum Den Haag

Stippelgravure op glas 
De stippelgravure op glas wordt beschouwd als de belangrijkste bijdrage van Nederland aan de versiering van glas. In andere landen is deze versiering nooit toegepast. De compositie wordt hoofdzakelijk in stippeltjes aangebracht met een diamantstift. Als ondergrond wordt helder loodglas gebruikt wat het sprankelende effect van de gravure versterkt. In de 18de eeuw heeft de stippelgravure zich tot een ongekend hoog niveau ontwikkeld. De gestippelde voorstellingen op het glas onderscheiden zich in al hun gradaties van dieptewerking en levendigheid nauwelijks van de schilder- en prentkunst.


Frans Greenwood uit Dordrecht wordt beschouwd als de uitvinder van de stippeltechniek op glas in de jaren twintig van de 18de eeuw. Als eerste stippelt hij hele voorstellingen op glazen, waarvoor hij zich meestal baseerde op bestaande schilderingen en prenten. In de tweede helft van de 18de eeuw is de ontwikkeling in Den Haag voortgezet door onder andere Aert Schouman en David Wolff. De gesigneerde glazen die van Schouman bekend zijn, tonen hem als een zeer begaafd stippellaar die de gehele hoogte van de kelk gebruikt en de techniek ten op zichte van Greenwood verder wist te verfijnen. David Wolff is ongetwijfeld de bekendste stippelgraveur. Zijn werk is van een zeer hoge kwaliteit en zeer waarschijnlijk heeft hij als een van de weinigen zijn brood verdiend aan het graveren.

Detail bokaal

Stippelaars op glazuur 
Slechts van een paar 17de- eeuwse schilders op Delfts aardewerk zijn de namen bekend. De meest illustere is die van Frederik van Frytom (Frijtom). Hij werkt in een geheel eigen stijl in blauw op wit aardewerk, waaronder wandplaten, borden en schotels. In plaats van het trekken van een ononderbroken lijn op de glazuurlaag, gebruikt hij kleine stippen en streepjes zoals hij toetsen in olieverf zet. Trefzeker moet Frytom te werk zijn gegaan, want het blauwe pigment wordt direct in de poreuze glazuurlaag opgenomen. Zowel de verfijnde kleur blauw als de zachte uitstraling van de compositie in stippen en streepjes maken de Frytom-stijl in keramiek tegenwoordig erg geliefd.

Maximilien Luce (1858-1941) Scheldegezicht 1894 Olieverf op doek Kunstmuseum Den Haag, legaat Cleyndert

Stippelaars op doek 
In de schilderkunst komt eind 19de eeuw het pointillisme op als een reactie op de stijl van het impressionisme. Waar impressionisten de verf met snelle en vluchtige penseelstreken op het doek zetten, bouwen de pointillisten de compositie op uit nauwkeurig geplaatste stippen. De Franse kunstenaar Georges Seurat wordt gezien als pionier van deze vernieuwing. In Nederlands krijgt het pointillisme voet aan de grond via kunstenaar Jan Toorop. Het pointillisme in zijn pure (pseudo) wetenschappelijke vorm biedt namelijk amper ruimte voor spontaniteit. Om toch het dynamisch effect te behouden wisselt Toorop kleine stipjes af met expressieve strepen.

De combinatie van schilderkunst en kunstnijverheid uit verschillende tijden wordt voorgezet in een kleine presentatie van wit Delfts aardewerk en werk van Jan Schoonhoven.De tentoonstelling Lichtpunten is georganiseerd in het kader van het Internationale Jaar van het Glas, uitgeroepen door de Verenigde Naties.