Hij is er: nummer 253!

In dit nieuwe nummer blikt Sebastiaan Ostkamp terug op het begin van Vormen uit Vuur: Mededelingenblad van de Nederlandse Ceramiek. Met name neemt hij de geschiedenis van het het studieveld archeologische keramiek onder de loep met aandacht voor twee oud-redacteuren, Alexandra Mars en Hemmy Clevis.

Andries Copier en Gero zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Copier was decennialang de hoofdontwerper van de Glasfabriek Leerdam, Gero een metaalverwerkend bedrijf uit Zeist. Hoewel de samenwerking niet lang duurde, heeft het toch een aantal spraakmakende ontwerpen voortgebracht. Erik Rijper richt zich in dit artikel op deze kleine, maar uitzonderlijke objecten.

In de rubriek ‘Dit Mag Gezien Worden‘ dit keer aandacht voor twee uiteenlopende onderwerpen: Jan Willem Put verheldert een onbekende terracotta-cultuur uit Afrika, Djenné-jeno en Gerda Brust vertelt het een en ander over het Archief Mieke Spruit-Ledeboer: een ‘Keramisch RKD’.
Gerda Brust

Vijftig jaar na de dood van Pablo Picasso is er veel aandacht voor zijn werk. Lennart Booij besteed in het artikel Pablo Picasso – Magisch keramist aandacht aan zijn keramische productie.

De keuze voor de favoriete nummers zijn dit keer gemaakt door
Anniek Manshanden, Marleen Beelen, Anna Koldeweij en Jamilla Peeters

Duizenden scherven vlakglas van Groninger kerekn en kloosters gingen door de handen van archeoloog Margreet Wieske. Erik Weber sprak met Margreet over haar fascinatie voor beglazing , haar uitgebreide onderzoek en natuurlijk over de resultaten op basis van natuurwetenschalppelijke methoden. Biddende nonnen, bladmotieven en een hellemuil vertelt het verhaal achter de glasscherf.